Elke week wordt er een stukje geschreven over de functionaliteit van Mac OS X. Dit keer is er gekozen voor een element uit het besturingssysteem waar de gebruiker vaak mee te maken heeft, en wat toch een heel stuk anders werkt dat de ’startbalk’ (Voor de overstappers!)

Het Dock is een doorschijnende balk met pictogrammen van onder andere applicaties die op het besturingssysteem Mac OS X geïnstalleerd zijn. Het Dock staat net zoals de startbalk in Windows onderaan het scherm, maar kan natuurlijk ook links of rechts geplaatst worden.
Het Dock bestaat uit twee delen, die van elkaar gescheiden zijn door een streep. Aan de linkerkant van het Dock staan de snelkoppelingen naar veelgebruikte of voorkeurs applicaties, en aan de rechterkant staan snelkoppelingen naar voorkeursmappen en geminimaliseerde vensters. De prullenmand is hier ook te vinden. Door de muiscursor boven een icoon te houden, zal de naam van het programma boven of naast het icoon verschijnen.
Het is ook mogelijk om het Dock te laten verbergen.
Snelkoppelingen naar geinstalleerde programma’s kunnen aan het Dock toegevoegd worden door het icoon van een programma vanuit de Finder naar het Dock toe te slepen. Op dezelfde manier kunnen ze ook weer verwijderd worden, alleen dan sleep je ze naar lege ruimte toe of kiest met de rechtermuisnknop voor ‘verwijder uit Dock’.
Het is ook mogelijk om de iconen in het Dock te laten vergroten als de muis over de Dock iconen beweegd. Op deze manier wordt sneller duidelijk op welke icoon geklikt kan worden. Door dit effect onstaat er een soort golfeffect.
De meeste mensen houden echter van een strak uiterlijk, en zetten er daarom weinig snelkoppelingen in het Dock. Hoe je daarom op een andere manier (snel) de applicaties kan starten komt over een dagen in het volgende artikel.